Hoe kom je aan een SOA?

Je kunt een SOA overdragen – de naam zegt het al – door onveilig seksueel contact met iemand anders. De meeste SOA’s worden veroorzaakt door virussen en bacteriën. Zo’n virus, bacterie of parasiet leeft bij een besmet persoon in voorvocht, sperma, vaginaal vocht en anaal vocht. Sommige virussen zijn ook in bloed aanwezig. Ook is het mogelijk SOA's over te brengen door te zoenen.

 

De lichaamsdelen die gevoelig zijn voor een SOA zijn bedekt met slijmvlies; de binnenkant van de mond, de vagina, anus, eikel en de urinebuis bestaan allemaal uit slijmvlies. Bepaalde bacteriën, virussen en een parasiet kunnen zich op of in de epitheelcellen van dit slijmvlies handhaven en vermenigvuldigen. Soms verspreiden virussen zich vanuit dit slijmvlies door het lichaam.

 

Wat doe je aan een SOA?

Heb je onveilig gevreeën en denk je aan een SOA? Laat je dan altijd testen. Vind je het vervelend om dat bij je huisarts te laten doen, doe dan zelf een SOA-test. Bij ons kan dat geheel anoniem.

 

Als de test uitwijst dat je inderdaad besmet bent met een SOA, laat je dan direct behandelen. In de meeste gevallen zijn SOA's met antibiotica goed te genezen. Heb je een keer een SOA gehad, dan beschermen deze antibiotica je bijna nooit (hepatitis B is hierop een uitzondering) tegen een nieuwe SOA. Wees je ervan bewust dat je na een SOA-behandeling gewoon weer het risico loopt opnieuw te worden besmet.

 

Waarschuw in geval van besmetting ook je (vroegere) sekspartners. Dat is misschien best lastig. Maar zo geef je hun wel de kans zich ook te laten testen en behandelen. Bovendien help je daarmee verdere verspreiding van de SOA te voorkomen.